Uitspraak kort geding van 7 juni 2018 over de invoering van de Wiv: vorderingen afgewezen

Vandaag heeft de rechter vonnis gewezen in het kort geding dat een coalitie van advocaten, journalisten, NGO’s, IT-bedrijven en techbedrijven aanspande tegen de Staat over de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv). De rechter vindt de wet (in zijn voorlopig oordeel) niet onmiskenbaar onverbindend.

De coalitie is deze zaak gestart omdat de Wiv, met de huidige wettekst, fundamentele mensenrechten schendt. Vooral het ‘sleepnet’, de uitwisseling van gegevens met buitenlandse diensten, de hackbevoegdheid en de informantenbevoegdheid (real-time access) doorstaan de mensenrechtentoets niet.
Bovendien vindt de coalitie dat de uitslag van het referendum serieus moet worden genomen en dat het parlement zich eerst over de aangepaste Wiv moet buigen. Daarom werd de rechter gevraagd de invoering van (onderdelen uit) de Wiv uit te stellen, op zijn minst totdat de voorgestelde wijzigingen in het parlement besproken zijn.

De coalitie betreurt het dat de rechter het spoedverzoek heeft afgewezen. De coalitie gaat op korte termijn de mogelijkheid van juridische vervolgstappen bespreken.

De eisers in dit kort geding zijn de organisaties het NJCM, Bits of Freedom, de NVSA, Free Press Unlimited, Greenpeace International, De Waag Society, Privacy First en het platform Bescherming Burgerrechten en de bedrijven BIT, Speakup, VOYS en Mijndomein. Het PILP-NJCM coördineert de coalitie, de advocaten van kantoor Boekx behandelden de zaak.

Lees hier meer over het Wiv dossier.

Share on LinkedInShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+