Werkwijze

Het PILP is een project van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM). We helpen NGO’s, belangenorganisaties, advocaten, wetenschappers en activisten met strategische procedures voor mensenrechten in Nederland.

Selectiecriteria

Het PILP neemt zaken aan die voldoen aan vier criteria, het moeten zaken zijn die:

A) mensenrechten beschermen, versterken en/of ontwikkelen; en

B) betrekking hebben op Nederland of Nederlands beleid; en

C) in het publiek belang zijn; en

D) strategisch zijn.

Wat voor zaken doen we niet?

Het PILP is geen proefprocessenfonds.
Het PILP is ook niet onbeperkt in capaciteit, we moeten keuzes maken.
Het PILP is voor de progressieve realisatie van mensenrechten. Het PILP helpt geen organisaties of individuen die (mede) tot doel hebben (de progressieve realisatie van) mensenrechten tegen te gaan.

Uitwerking van de vier criteria

A) Mensenrechten beschermen, versterken en ontwikkelen

Onder mensenrechten verstaat het PILP de mensenrechten en burgerrechten zoals onder andere vastgelegd in de Grondwet, internationale en Europese verdragen, en in richtlijnen en instrumenten. Waaronder, maar niet uitputtend, de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens, het Internationaal Verdrag Inzake Burgerrechten en Politieke Rechten, het Internationaal Verdrag inzake Sociale, Economische en Culturele Rechten, het Europees Handvest Bescherming Grondrechten, en het Europees Sociaal Handvest.

B) Betrekking op Nederland

Het PILP selecteert zaken die betrekking hebben op Nederland. Hieronder vallen zaken die gerelateerd zijn aan gebeurtenissen die plaatsvinden op Nederlands grondgebied of onder Nederlandse jurisdictie. Hieronder kunnen ook handelingen van Nederlandse publieke of private actoren vallen.

C) In het publiek belang

Het PILP selecteert zaken die de potentie hebben om structurele maatschappelijke en/of juridische veranderingen te bewerkstelligen in wetgeving, beleid en/of praktijk.

We kiezen zowel voor zaken waarmee we aan een breder publiek kunnen laten zien dat mensenrechten alle burgers aangaan, als voor zaken waarbij vooral de experts en betrokken op dat gebied oordelen dat er sprake is van een mensenrechtenschending.

Om die reden kiezen we voor:

  • onderwerpen die door een groot deel van de Nederlandse bevolking als zeer problematisch worden ervaren en/of die een groot deel van de mensen die zich op Nederlands grondgebied bevinden treffen; en
  • onderwerpen die niet bij een groot deel van de bevolking op het netvlies staan maar die een specifieke minderheid treffen.

Zaken kunnen zowel voor belangenorganisaties als voor individuen gevoerd worden, zolang ze in het publiek belang zijn. Als zaken voor een individu gevoerd worden dan zal het PILP ernaar streven ook belangenorganisaties op dat onderwerp te betrekken.

D) Strategisch

Het strategisch in ‘strategisch procederen’ is tweeledig voor het PILP.

Enerzijds duidt het op het strategisch inzetten van een juridische procedure om maatschappelijke en juridische verandering te bewerkstelligen naast andere middelen zoals het voeren van campagnes, demonstraties of lobby. Het effect van een juridische procedure zal zich soms ook tot buiten de rechtbank uitstrekken: het is daarom verstandig steeds na te denken over het opstellen van een politieke analyse en een mogelijke mediastrategie.

Anderzijds duidt ‘strategisch’ op de keuzes die worden gemaakt met betrekking tot de inhoud van de procedure, zoals de bepaling van de eis, eiser, wederpartij, forum, timing en advocaat.

Het PILP zal als eerste kijken of het NJCM of een van de organisaties waar het NJCM veel mee samenwerkt zich al eens heeft ingezet of uitgesproken op het onderwerp waar een procedure voor verlangd wordt. We zullen altijd bekijken wat er nog aan lobby of campagnevoering mogelijk is om het doel te bereiken. Strategisch procederen is geen ultimum remedium, maar een procedure zou ook niet te snel ingezet moeten worden en zou nooit een doel op zich mogen zijn.

Overige mee te wegen factoren

Het PILP neemt ook de volgende factoren in overweging bij de beslissing of we een zaak gaan doen of niet.

  • Toewijding. De aanbrengers van de zaak moeten toegewijd zijn om het probleem op te willen lossen in het publiek belang en zich blijvend willen inzetten voor een zaak.
  • Voldoende zwaarwegend belang. Het probleem dat moet worden opgelost met een procedure is van voldoende zwaarwegend belang en valt binnen de kern van mensenrechten.
  • Potentiele precedentwerking. De zaak moet potentiele precedentenwerking hebben en daarmee de bescherming van mensenrechten ook na de procedure in Nederland duurzaam versterken.
  • Voldoende kans op succes. Er moet voldoende kans op succes bestaan dat er bij de hoogste nationale gerechtelijke instanties of bij een internationaal Hof of tribunaal de gewenste uitspraak komt. Succes kan soms ook gemeten worden aan toegenomen bewustwording bij het publiek.
  • Beperkt verlies. Het negatieve effect van een mogelijke ongewenste uitspraak moet zeer beperkt zijn.
  • De feiten en bewijs moeten helder en eenvoudig beschikbaar zijn.
  • Het is haalbaar om (wetenschappelijke, juridische e.a.) experts te vinden en in te zetten.
  • Invloed en herhaalbaarheid: Zaken hebben bij voorkeur langdurige invloed en kunnen belangengroepen en gemeenschappen versterken, ook als het PILP niet meer betrokken is. Er is een mogelijkheid van kennisdeling over de resultaten van een procedure.
  • Impact: De zaak moet significante impact hebben op de bescherming en ontwikkelingen van mensenrechten. Dit door bijvoorbeeld een juridisch precedent te scheppen, publieke bewustwording te beïnvloeden, wetgeving en praktijk te veranderen, door bepaalde misstand/hypocrisie aan te tonen, het boven tafel krijgen van bepaalde feiten of het versterken van een gemeenschap.
  • Het PILP heeft beperkte capaciteit, budget en menskracht. Ook daarin kunnen redenen liggen een zaak niet op te pakken.

 Thema’s

Het PILP werkt op vier thema’s:

Binnen deze thema’s identificeert het PILP kernonderwerpen. We trachten een balans te zoeken tussen de mensenrechtenkwesties die veel aandacht krijgen en die kwesties die nog in populariteit moeten toenemen.

Verdere Werkwijze

Het PILP is het liefst in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken bij het opzetten van een strategische procedure.

Bij voorkeur kiest het PILP eerst het onderwerp en daarna de strategie (welk forum? Wat voor soort procedure?), de cliënt en de zaaksadvocaat/advocaten.

De issues die we onderzoeken komen hoofdzakelijk bij ons binnen via organisaties, activisten, advocaten en NGO’s.

Eerst wordt altijd aan de uitvoerend directeur NJCM gevraagd wat deze van het probleem en de potentiele zaak vindt.
Het PILP onderzoekt vervolgens of het NJCM hier al eens een standpunt over ingenomen heeft en bij twijfel wordt navraag gedaan bij de NJCM werkgroep die het meeste op heeft met het issue. Bij de relevante NJCM werkgroep toetsen we dan ook of het echt een probleem is dat geconstateerd is.

Het PILP organiseert vervolgens een brainstormsessie met experts uit het veld en we vragen hen om hun mening. Ook toetsen we wat er al door andere NGO’s aan lobby gedaan is. Zo kan een issue tot een zaak leiden, maar vaak ook niet.

Elke mogelijke nieuwe zaak wordt eerst besproken met de gedelegeerde uit het NJCM bestuur en de PILP adviesraad.

Vervolgens wordt er aan de hand van een aanvraagformulier advies gevraagd bij de bij de gehele PILP adviesraad. Hierbij geeft het PILP onder andere expliciet aan wat het publiek belang van de zaak is, wat de strategie in de zaak is, wie er betrokken zijn en wat de risico’s van de procedure zijn.

Het PILP is geen proefprocessenfonds: het PILP speelt een actieve rol in de procedures die we voeren. Het PILP heeft een coördinerende rol. Daarnaast kan het NJCM (mede-)eiser in een procedure zijn en kan een advocaat van het PILP als (een van de) raadslieden optreden (waar mogelijk naast andere advocaten en bij voorkeur zijn dit pro bono advocaten via Pro Bono Connect).

Pilot Periode II

Tot mei 2019 richt het PILP zich voornamelijk, maar niet uitsluitend op:

  • De schending van het recht op privacy door de overheid, onder ander bij anti-fraude en anti-terreurmaatregelen.
  • Islamofobie en racisme.
  • Het recht op betoging.
  • Armoede en mensenrechten.

 

Vastgesteld, Amsterdam, december 2017.

Share on LinkedInShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+