Ossenaar mag standplaats woonwagen behouden ondanks gemeentelijk uitsterfbeleid woonwagenkampen

‘s-Hertogenbosch. De Rechtbank Oost-Brabant oordeelde op 14 januari 2016 dat een Ossenaar de standplaats van de woonwagen van zijn overleden moeder mag blijven huren. Hiermee zette de rechtbank het uitsterfbeleid van woonwagenkampen van de gemeente Oss aan de kant. Dit is een zaak van het Public Interest Litigation Project, een tweejarige pilot van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM). De zaak werd pro bono behartigd door advocaten van Kennedy van der Laan.

De gemeente Oss wilde de man na het overlijden van zijn moeder in het kader van haar zogenaamde ´uitsterfbeleid woonwagenkampen´ uitzetten en de wagen verwijderen. Dat de man een gezamenlijke huishouding voerde met zijn moeder en de nieuwe eigenaar was van de woonwagen, deed daar voor de gemeente niets aan af. Net zo min als zijn culturele rechten als ´reiziger´. De rechter achtte een duurzame gemeenschappelijke huishouding echter bewezen en wees de vordering tot voortzetting van de huurovereenkomst toe.

Coördinator van het PILP, Jelle Klaas, is blij dat de rechtbank de eiser en de woonwagengemeenschap in het gelijk heeft gesteld. ´Hiermee is weer duidelijk gemaakt, voor woonwagenbewoners en gemeenten, dat het uitsterfbeleid zoals dat door sommige gemeenten wordt uitgevoerd, geen stand kan houden.´ Tegelijkertijd betreurt hij dat de rechtbank geen van de aangehaalde mensenrechtelijke argumenten heeft benoemd, ´hoewel ze waarschijnlijk wel gewicht in de schaal hebben gelegd´, aldus Jelle Klaas.

Het Public Interest Litigation Project pakte deze zaak op vanwege de mensenrechtelijke aspecten ervan. In een brief aan de rechtbank zette het PILP voor de partijen uiteen waarom bij het maken van woonwagenbeleid en de handhaving ervan rekening moet worden gehouden met de cultuur en de identiteit van woonwagenbewoners, ofwel reizigers. Naast het huurrecht van de eiser, zijn hier ook de mensenrechten in het geding: het recht op respect van woning, privé- en familieleven (artikel 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens), het verbod van discriminatie (artikel 14) en de bescherming van eigendom (artikel 1 Eerste Protocol EVRM). Ook wees het PILP op de oordelen van het College voor de Rechten van de Mens waarin het uitsterfbeleid van de gemeente Oss is aangemerkt als discriminerend.

Uitsterfbeleid

Sinds de afschaffing van de Woonwagenwet in 1999 is er geen nationaal woonwagenbeleid meer. In een leidraad van het voormalige Ministerie van VROM worden vijf beleidsopties voorgelegd aan gemeenten om woonwagenlocaties te handhaven. De eerste beleidsvariant is de nuloptie, dat als doel heeft het uitsterven van woonwagenkampen. Gemeenten bereiken dit door vrijkomende standplaatsen te verwijderen of door bewoners andere huisvesting aan te bieden.

Bronnen – raadpleeg hier:

– De uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant 14 januari 2016, ECLI:NL:RBOBR:2016:2 .

– Het persbericht van de rechtbank, 14 januari 2016.

– Het standpunt van het PILP over het uitsterfbeleid en mensenrechten, in de handreiking die is geschreven voor gemeenten.

– Het volledige PILP-dossier ‘Uitsterfbeleid woonwagenkampen‘.