Hoger beroep demonstratierecht Den Haag gewonnen

In een belangrijke zaak over het recht op betoging heeft de Raad van State het hoger beroep gegrond verklaard.

De zaak ging om een aangekondigde demonstratie in 2017 in Den Haag van burgers die een korte symbolische hongerstaking wilden organiseren voor de Marokkaanse ambassade. Dit uit solidariteit met Marokkaanse mensenrechtenactivisten.

De organisatoren van de actie kregen via e-mail een berichtje van de politie met de mededeling dat de burgemeester de vorm, plaats en tijd van de demonstratie niet kon toestaan. Er werd onder andere aangegeven dat een hongerstaking als schokkend zou kunnen worden ervaren door omstanders. De demonstratie mocht daarom op de voorgenomen wijze niet doorgaan.

De organisatoren besloten de demonstratie af te gelasten en gingen in bezwaar tegen het demonstratieverbod. Ze beroepen zich op hun recht om te demonstreren voor de ambassade en daarbij zelf de vorm van de demonstratie te kiezen. De burgemeester van Den Haag weigerde om het bezwaar tegen het demonstratieverbod in behandeling te nemen, omdat de burgemeester vond dat de e-mail van de politie geen besluit zou zijn. Daarover heeft één van de organisatoren eerst bij de rechtbank en daarna bij de Raad van State geprocedeerd.

De rechtbank en de Raad van State bogen zich over de vraag of de e-mail van de politie namens de burgemeester was verstuurd en over de vraag of de e-mail een verbod was om te demonstreren of, zoals de gemeente stelde, een uitnodiging tot overleg.

De rechtbank wees het beroep af.

Tegen de uitspraak van de rechtbank is hoger beroep ingesteld. Want als burgemeesters demonstraties (via de politie) per e-mail mogen verbieden zonder dat daar bezwaar tegen kan worden gemaakt, is dat niet alleen een inperking van het demonstratierecht maar ook een beperking van de toegang tot de rechter.

De Raad van State heeft in de uitspraak van 9 oktober 2019 gelukkig een streep gehaald door de uitspraak van de rechtbank en daarmee ook door de standpunten van de gemeente (lees de uitspraak hier).

Volgens de Raad van State bleek uit de e-mail van de politie: “concreet en ondubbelzinnig dat de burgemeester heeft besloten dat de demonstratie op de door de organisatie gewenste wijze geen doorgang kon vinden. De e-mail is daarmee op rechtsgevolg gericht, namelijk het verbieden van de gemelde demonstratie”.

Dit betekent dat burgemeesters niet zomaar demonstraties (via de politie) per e-mail kunnen verbieden, zonder dat daartegen door demonstranten bezwaar kan worden gemaakt.

Alle betrokken partijen zijn erg blij met deze mooie en heldere uitspraak van de Raad van State.

Nu de Raad van State de e-mail als besluit heeft aangemerkt, kunnen de organisatoren van de demonstratie verder met de inhoudelijke behandeling van het bezwaar: over de vraag of de burgemeester de demonstratie mocht verbieden. Het PILP-NJCM ziet deze procedure met vertrouwen tegemoet.

De organisatoren van de demonstratie zijn in deze rechtszaak ondersteund en bijgestaan door het PILP-NJCM en door advocaat Alexander IJkelenstam van advocatenkantoor CMS (via Pro Bono Connect).

Share on LinkedInShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+