Gerechtshof buigt zich over etnisch profileren door de Marechaussee

Vandaag, op 8 december 2022, diende het hoger beroep in de rechtszaak tegen etnisch profileren door de Koninklijke Marechaussee (KMar). De coalitie tegen etnisch profileren eist dat de KMar stopt met het gebruik van etniciteit in risicoprofielen en selectiebeslissingen bij grenscontroles. Het Gerechtshof Den Haag moet hierover oordelen. Er waren drie opvallende momenten tijdens de zitting vandaag.  

De KMar wil gebruik blijven maken van etniciteit  

Kort na de eerdere uitspraak van de rechtbank in eerste aanleg, in 2021, zei de Koninklijke Marechaussee in de Tweede Kamer: “Het leidende uitgangspunt is dat de KMar geen gebruik wil maken van etniciteit als indicator binnen profielen of selectiebeslissingen.” Tijdens de zitting vandaag herhaalde de KMar dit standpunt, benadrukte de KMar dat ze niet willen etnisch profileren en bevestigde de KMar dat discriminatie ernstige gevolgen heeft. 

Toch stelde de KMar tijdens de zitting vandaag dat zij bij controles gebruik wil blijven maken van etniciteit, waaronder huidskleur. De advocaat die de Koninklijke Marechaussee vertegenwoordigde zei: “De KMar betwist en blijft betwisten dat er sprake zou zijn van onrechtmatig handelen, doordat in het kader van MTV [Mobiel Toezicht Veiligheid] onder voorwaarden etniciteit kan worden gebruikt als één van de indicatoren van de selectiebeslissingen.” 

Dagmar Oudshoorn, directeur van Amnesty International Nederland: “Dat betekent dat de Marechaussee nog steeds mede aan de hand van iemands etniciteit controles wil kunnen uitvoeren. De positie van de KMar tijdens het hoger beroep valt niet te rijmen met de toezegging van de KMar in de Tweede Kamer.” 

Controle op nationaliteit leidt tot controle op etniciteit 

De Kmar benadrukte dat ze in risicoprofielen nationaliteit opnemen, en geen etniciteit. De coalitie tegen etnisch profileren toont aan dat dit in de praktijk leidt tot etnisch profileren. Zolang je iemands paspoort niet hebt gezien, weten medewerkers van de Kmar immers niet van welk land iemand staatsburger is, welke nationaliteit iemand feitelijk heeft. Wanneer de Kmar op zoek is naar Nigerianen die geld smokkelen of bijvoorbeeld Vietnamezen die in vrachtwagens klimmen, zal de Kmar in de praktijk mensen selecteren die er volgens hen Nigeriaans of Vietnamees uitzien. Er bestaat niet zoiets als een “Nigeriaans” of “Vietnamees” uiterlijk. Als je mensen selecteert mede vanwege hun vermoedelijke nationaliteit, dan maak je in de praktijk onderscheid op etniciteit. Dat is etnisch profileren en dus verboden. 

Dionne Abdoelhafiezkhan van Controle Alt Delete: “Uiterlijke kenmerken, waaronder huidskleur kunnen en mogen geen indicatie zijn voor iemands nationaliteit. Dat is discriminatie.” 

Krachtige verklaringen van betrokken burgers 

De rechtbank oordeelde in 2021 dat iemands huidskleur “een objectieve aanwijzing kan zijn voor iemands vermeende nationaliteit” en daarmee van belang kan zijn voor de vraag of iemand een geldige verblijfstitel in Nederland heeft. Mpanzu Bamenga, een van de twee burgers die mede-eiser is in de rechtszaak, zei daarover vandaag tegen het Gerechtshof dat dit oordeel “bij hem en miljoenen Nederlanders zorgde voor verdriet, pijn en verontwaardiging.” Hij riep het Hof op om de Grondwet na te leven. De andere burger die eiser is in deze rechtszaak, Robby Gobardhan, gaf het Hof het volgende mee: “Ik sta hier vandaag omdat ik niet wil dat ik nog eens gediscrimineerd wordt. Ik sta hier vandaag ook voor alle andere niet-witte burgers die steeds weer etnisch geprofileerd worden.”

Het Gerechtshof Den Haag doet op 14 februari 2023 uitspraak.

Lees meer over deze zaak hier. Hier een directe link naar de memorie van grieven en naar het pleidooi in hoger beroep.