Transparantie over Nederlandse luchtaanvallen

Een gebrek aan transparantie over Nederlandse bombardementen in Irak en Syrië

Van oktober 2014 tot juli 2016 vlogen Nederlandse F-16’s in het kader van een internationaal coalitieverband boven Irak, en later ook Syrië, voor het uitvoeren van luchtaanvallen tegen Daesh/IS. Bij deze luchtaanvallen vallen regelmatig burgerslachtoffers. Ook Nederland heeft daar een aandeel in gehad. Voor journalisten en burgers is het echter niet mogelijk om er achter te komen hoe groot dat aandeel is geweest.

Volgens een vergelijkend onderzoek naar de transparantie van verschillende coalitieleden over hun luchtaanvallen van de NGO Airwars, een door journalisten opgericht platform dat de internationale luchtaanvallen en de daarbij vallende burgerdoden monitort, presteert Nederland het slechtst. Dit is, zoals Airwars schrijft, ‘een reden voor bezorgdheid’. In tegenstelling tot coalitiepartners zoals Canada, publiceert de Nederlandse regering weinig tot geen informatie (zoals plaats en tijd) over haar luchtaanvallen, terwijl zij wel relatief veel aanvallen heeft uitgevoerd. Op deze manier is het dan ook moeilijk om vast te stellen hoeveel burgerdoden het gevolg zijn van de Nederlandse bombardementen.

Het recht op toegang tot informatie

Het PILP is van mening dat de Nederlandse overheid transparant zou moeten zijn over het aantal uitgevoerde luchtaanvallen en burgerslachtoffers. De oorlog wordt namelijk in naam van alle Nederlandse burgers gevoerd en de regering zou hierover verantwoording behoren af te leggen. In een democratische rechtsstaat is in dit opzicht een belangrijke rol weggelegd voor journalisten. Niet voor niets heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens benadrukt dat, in het kader van toegang tot informatie (wat valt onder de vrijheid van meningsuiting, artikel 10 EVRM), “public watchdogs” zoals NGO’s en journalisten een essentiële rol toekomt waar het gaat om het openbaar maken van informatie over zaken van publiek belang. Oorlogsvoering is natuurlijk bij uitstek een aangelegenheid van maatschappelijk belang.

Wat doet het PILP?

Het PILP werkt op dit onderwerp nauw samen met de NGO Airwars, en onderzoekt de mogelijkheden om de transparantie over de Nederlandse bombardementen te vergroten. Zij worden in dit proces ondersteund door advocaten van Stibbe.

Share on LinkedInShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+