Terroristenafdeling (TA)

Terroristenafdeling in strijd met mensenrechten

In Nederland worden volwassen en minderjarige mannen en vrouwen die veroordeeld zijn voor een terroristisch misdrijf automatisch op de Terroristenafdeling (TA) van de Penitentiaire Inrichting geplaatst. Het regime op de TA is erg streng: gedetineerden moeten bijvoorbeeld 22 uur per dag op hun cel zitten en worden na elk bezoek gevisiteerd. Over een soortgelijk regime vond het EHRM al eerder, dat er sprake was van een schending van het folteringsverbod.

Ook het feit dat de plaatsing op de TA automatisch is, is problematisch. Er is geen sprake van een individuele beoordeling van de veroordeelden voorafgaand aan de plaatsing. Ook is er geen periodieke herbeoordeling. Als je op de TA komt, dan blijf je op de TA.

Bovendien hoef je niet veroordeeld te zijn voor een terroristisch misdrijf om op de TA geplaatst te worden. Ook mensen die slechts verdacht worden van zo’n misdrijf komen op de TA.

De Terroristenafdeling

Bij de oprichting van de TA’s was het de bedoeling om verspreiding van het radicale gedachtegoed tegen te gaan door alle radicale gedetineerden bij elkaar op één afdeling te plaatsen, zodat de niet-radicale gedetineerden niet door hen beïnvloed kunnen worden.

In de Penitentiaire Inrichtingen Nieuw Vosseveld te Vught en De Schie te Rotterdam zijn sinds 2006 twee speciale afdelingen bestemd voor gedetineerden, die verdacht worden van of veroordeeld zijn voor een terroristisch misdrijf. Na lange tijd gesloten te zijn geweest, is de afdeling in Vught sinds eind 2014 weer geopend vanwege de aanhouding van teruggekeerde Syriëgangers en andere terreurverdachten. Tussen 2006 en 2014 zaten er gemiddeld 80 personen op de TA gedetineerd.

Plaatsing op de TA

Artikel 20a van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden (hierna: de Regeling) schrijft voor dat gedetineerden, die worden verdacht van of zijn veroordeeld voor een terroristisch misdrijf op de TA worden geplaatst. Daarnaast kunnen gedetineerden op de TA worden geplaatst als zij voor of tijdens hun detentie een boodschap van radicalisering verkondigen of verspreiden, waaronder ook wervingsactiviteiten vallen. Zij zijn dus niet verdacht van of veroordeeld voor een terroristisch misdrijf, maar worden op de TA geplaatst vanwege hun ideeën.

De Regeling maakt geen onderscheid tussen de plaatsing van mannen en vrouwen.

Volgens de Regeling zou een selectiefunctionaris moeten beoordelen wat het risicoprofiel is van de gedetineerde en op basis daarvan de mate van beveiliging bepalen. Uit verschillende uitspraken van de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) blijkt echter, dat plaatsing op de TA geheel automatisch plaatsvindt, op basis van de categorieën genoemd in de Regeling. Het vaststellen van het risicoprofiel, of een risk-assessment, lijkt in zijn geheel niet plaats te vinden.

Ook uit onderzoek van het Europees Comité ter voorkoming van foltering (CPT) van 19 januari 2017 blijkt dat plaatsing plaatsvindt zonder voorafgaande risicoanalyse.

Ook minderjarigen op de TA

Minderjarigen van 16 of 17 jaar, die volgens het volwassenenstrafrecht zijn vervolgd c.q. veroordeeld kunnen op de TA worden geplaatst. Het samenbrengen van volwassenen en jeugdige gedetineerden op één afdeling is een groot probleem, wat door vele instanties zoals de RSJ en in internationale verdragen (artikel 37 onder c van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind en artikel 10 lid 2 onder b van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten) als bezwaarlijk wordt gezien. Jeugdigen hebben, met het oog op hun opvoeding en hun resocialisatie, andere behoeften dan volwassenen. Zij moeten niet worden blootgesteld aan voor hen ongunstige of zelfs verkeerde invloeden die van volwassen gedetineerden kunnen uitgaan.

Het detentieregime op de TA

Op de TA geldt een individueel regime. Dit maakt dat het detentieregime op de TA vele beperkingen kent ten aanzien van bezoek, arbeid, onderwijs en andere activiteiten. Gedetineerden moeten 22 uur per dag in hun cel zitten en mogen slechts af en toe luchten. Zij mogen geen contact hebben met meer dan drie medegedetineerden tegelijkertijd. Ook zijn er strenge regels met betrekking tot bezoek. Zo kan de directeur van de inrichting besluiten dat dit alleen achter glas kan plaatsvinden. Ook vindt na het bezoek altijd een onderzoek aan kleding en lichaam plaats. Hieronder valt ook visiteren: het uitwendig schouwen van de openingen en holten van het lichaam. Visiteren is voor de gedetineerden vaak erg vernederend. Zij kunnen zich hierdoor gedwongen voelen om hun familiebezoek alleen achter glas te laten plaatsvinden.

De Extra Beveiligde Inrichting

Het detentieregime op de TA is vergelijkbaar met dat op de Extra Beveiligde Inrichting (EBI). Over de EBI heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in 2003 geoordeeld dat er sprake was van een schending van het folteringsverbod in Van der Ven tegen Nederland en Lorsé e.a. tegen Nederland. De wekelijkse visitaties, in combinatie met andere aspecten van het strenge regime, waar Van der Ven en Lorsé in de EBI aan werden onderworpen maakten dat sprake was van een ‘inhuman and degrading treatment’.

Het regime op de TA is minstens even streng als die van de EBI, maar van de EBI kun je nog afkomen. Daar vindt een periodieke beoordeling plaats van de noodzaak van de plaatsing van de gedetineerde in een verzwaard regime. Bij de TA bestaat deze periodieke beoordeling niet. Als je op de TA wordt geplaatst, lijkt het onmogelijk daar vanaf te komen.

Beoordeling van de TA door onafhankelijke instanties

Al in 2008 heeft CPT zich in haar rapport over de TA in Nederland kritisch uitgesproken over: het gebrek van periodieke toetsing van het risico van de gedetineerden, het feit dat detentie op de TA niet de facto hetzelfde mag zijn als afzondering, de veiligheidsmaatregelen bij contact tussen de gedetineerde en advocaat, de wijze waarop medische onderzoeken worden verricht en het ontbreken van een dagprogramma voor de gedetineerden.

Naar aanleiding van haar bevindingen heeft het CPT de Nederlandse overheid geadviseerd om het detentieregime te heroverwegen. Toenmalige minister van Justitie, Hirsch Ballin, lijkt dit advies naast zich te hebben neergelegd, door te stellen dat visitaties en de wijze waarop de medische onderzoeken worden verricht in het belang zijn van de veiligheid. Het dagprogramma en de detentie zouden in overeenstemming zijn met de Penitentiaire beginselenwet, aldus Hirsch Ballin.

In 2016 bleek niet veel veranderd. Wederom constateerde het CPT tijdens het bezoek aan de TA’s dat het regime op de afdelingen veel te wensen overlaat. Nog steeds is sprake van veelvuldig visiteren van gedetineerden en een het ontbreken van een dagprogramma. Het CPT meent dan ook dat er in ieder geval sprake is van ‘ill treatment’ (inhumane behandeling).

Ook Amnesty International en het Open Society Justice Initiative (OSJI) stellen dat de omstandigheden waaronder de Nederlandse overheid mensen vasthoudt op de TA inhumaan zijn. In een in oktober 2017 gepubliceerd rapport met de titel ‘Inhuman and  unnecessary‘ stellen zij dat de voorgestelde hervormingen onvoldoende zijn om de zorgen rond ernstige mensenrechtenschendingen weg te nemen. Amnesty en OSJI doen in het rapport een serie aanbevelingen, waaronder het afschaffen van langdurige eenzame opsluiting en de veelvuldige vernederende visitaties. Ook roepen zij op tot een individuele risicobeoordeling voor plaatsing op de TA, in plaats van het automatische plaatsen uitsluitend op basis van het ten laste gelegde.

Wat doet het PILP?

Het PILP onderzoekt, samen met strafrechtadvocaten en mensenrechtenadvocaten, de mogelijkheden voor strategische procedures.

 

Share on LinkedInShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+