De Wet bewaarplicht telecommunicatie

Juridische Procedure tegen Bewaarplicht

Het lange tijd vastleggen van telecommunicatiegegevens van iedereen, zonder concrete verdenking, is in strijd met het fundamentele recht op privacy. Zo oordeelde het Europees Hof van Justitie, dat  op 8 april 2014 de Europese Dataretentierichtlijn (2006/24/EG) in zijn geheel en met terugwerkende kracht ongeldig verklaarde.

In Nederland is regelgeving op dit gebied, gebaseerd op de Dataretentierichtlijn, vastgelegd in de Wet bewaarplicht telecommunicatie. De Raad van State adviseerde de regering al in juli 2014 dat de wet in strijd zou zijn met de grondrechten. De Nederlandse overheid heeft het advies van de Raad van State echter naast zich neergelegd en weigerde de wet buiten werking te stellen. De regering werkte aan nieuwe wetgeving, maar wilde de Wet bewaarplicht telecommunicatie intussen blijven handhaven.

Het PILP heeft deelgenomen aan een brede coalitie die wilde afdwingen dat de uitvoering van de wet werd geschorst. Onder andere internetprovider BIT, de Nederlandse Vereniging van Journalisten, de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten, Privacy First en enkele bedrijven die direct te maken hebben met de bewaarplicht, maken verder deel uit van deze coalitie. Advocaten Fulco Blokhuis en Otto Volgenant van Boekx advocaten hebben, mede namens het PILP, op 8 december 2014 een brief gestuurd aan de regering met het verzoek om met elkaar te overleggen.

Omdat dit niet tot het gewenste resultaat heeft geleid, is alsnog een kort geding gestart, waarin het PILP mede-eiser was. Het kort geding heeft plaats gevonden op 18 februari 2015 bij de Rechtbank Den Haag. U kunt de officiële dagvaarding en de pleitnotities nalezen. De bewaarplichtcoalitie heeft in deze zaak gebruik gemaakt van internetconsultatie. PILP heeft voor de procedure argumenten aangedragen vanuit het EVRM en heeft meegedacht over de processtrategie.

Het PILP heeft zich aangesloten bij deze coalitie, omdat het recht op privacy een groot goed is dat de afgelopen jaren zeer onder druk is komen te staan, én omdat eenmaal ingeperkte rechten en vrijheden moeilijk terug te draaien zijn. De regering heeft de primaire verantwoordelijkheid om deze rechten te beschermen, en zou adviezen van autoriteiten als de Raad van State en uitspraken van Europese mensenrechteninstanties als het Europese Hof van Justitie zwaar moeten laten wegen in haar beslissingen. Dit Hof heeft ondubbelzinnig vastgesteld dat er fundamentele problemen spelen in de Europese richtlijn die ten grondslag ligt aan de Nederlandse Wet. Op dat moment had de regering de Wet, of in ieder geval de handhaving ervan, dienen te schorsen. Zie ook de argumenten op de website van Privacy First over deze zaak, die wij met hen delen.

Op woensdag 11 maart 2015 is er uitspraak gedaan in deze zaak en heeft de voorzieningenrechter de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens buiten werking gesteld. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie heeft nadien bekend gemaakt de inhoud van het vonnis van 11 maart 2015 te betrekken bij het wetsvoorstel dat voorziet in aanpassing van de Wet bewaarplicht. De zaak is hiermee gesloten, maar we blijven actief op het gebied van privacy.

 

Updates

Op Liberties.eu heeft het NJCM een artikel over de bewaarplicht geplaatst.

 

 

 

Share on LinkedInShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+