Verlofstelsel hoger beroep strafzaken: interventie

Verlofstelsel hoger beroep strafzaken

Niet in alle strafzaken is hoger beroep mogelijk in Nederland. Dit is het gevolg van het zogenaamde verlofstelsel. Het Gerechtshof kan, bij relatief kleine delicten waarbij niet meer dan 500 euro geldboete is opgelegd, beslissen geen hoger beroep toe te staan. Dit is vastgelegd in artikel 410a Wetboek van Strafvordering. Volgens het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties strookt dit niet met de mensenrechten. Het veroordeelde Nederland daarom al tweemaal vanwege het verlofstelsel, in de zaken:

Volgens het Mensenrechtencomité was de toepassing van het verlofstelsel strijdig met het Internationaal verdrag inzake burgerlijke en politieke rechten (IVBPR), omdat er geen ‘genuine review’ kon plaatsvinden. Op grond van artikel 14, vijfde lid, van het IVBPR heeft een ieder die wegens een strafbaar feit is veroordeeld het recht de schuldverklaring en veroordeling opnieuw te doen beoordelen door een hoger rechtscollege overeenkomstig de wet. In Nederland krijgen verdachten vaak niet de benodigde informatie waarmee ze een verlofaanvraag kunnen indienen (bijvoorbeeld informatie over het bewijs op basis waarvan ze zijn veroordeeld). Bovendien is het zonder die informatie ook voor het Gerechtshof moeilijk om serieus te kunnen beoordelen of de verdachte recht heeft op hoger beroep. Het Mensenrechtencomité vindt daarom dat Nederland zijn wetgeving op orde moet brengen en er alles aan moet doen om toekomstige schendingen te voorkomen.

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft aangegeven het verlofstelsel af te willen schaffen, maar zo ver is het nog niet. Het recht op een eerlijk proces van verdachten is hierdoor nog steeds niet gewaarborgd.

Advocaat Willem Jebbink, die de zaak bij het Mensenrechtencomité heeft voorgelegd, heeft een kort geding aangespannen om te voorkomen dat het verlofstelsel nog langer in een concrete strafzaak wordt toegepast. Het kort geding diende op 1 april 2015. Op 15 april 2015 heeft de rechtbank Den Haag bepaald dat er geen onvoorwaardelijk recht bestaat op hoger beroep in strafzaken en dat een verlofstelsel niet zonder meer in strijd is met de bescherming van art. 6 EVRM en art. 14 IVBPR.

Het PILP-NJCM heeft geïntervenieerd in dit kort geding. Door het NJCM is een opiniebrief opgesteld en ingediend bij de rechtbank. Het staat andere advocaten vrij de brief te gebruiken in soortgelijke procedures.

Share on LinkedInShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+