Het recht op water
In 2013 werd in Nederland ruim 8.000 keer het water van huishoudens en bedrijven afgesloten vanwege wanbetaling. Naar schatting bevinden zich hieronder 500 tot 750 gezinnen met kinderen. Omdat hun ouders de rekeningen niet betaalden, hebben kinderen thuis geen toegang tot drinkwater, kunnen zij zich niet wassen en ook koken wordt praktisch onmogelijk.
Hoe kan dit? Water is een eerste levensbehoefte en een mensenrecht. Dat onderschrijft ook minister Schultz-Van Hagen van Infrastructuur en Milieu. In haar reactie op Kamervragen over de afsluiting van water vanwege wanbetaling zegt zij:
“Dat drinkwater een eerste levensbehoefte is, is nog steeds kabinetsbeleid. De Drinkwaterwet geeft dan ook het recht op toegang tot drinkwater en de verplichting voor drinkwaterbedrijven om het afsluiten van een kleinverbruiker zoveel mogelijk te voorkomen. Dat drinkwater een mensenrecht is, betekent niet dat het gratis zou moeten zijn.” (29 augustus 2014)
Mensenrechten geven inderdaad geen recht op gratis drinkwater voor iedereen. De gevolgen van de huidige regeling – kinderen die thuis geen toegang hebben tot drinkwater – stellen de bescherming die de mensenrechten bieden echter wel degelijk op de proef. Kinderen genieten vanwege hun kwetsbaarheid extra bescherming. Overheden dienen daarom het belang van het kind voorop te stellen bij het maken en uitvoeren van beleid.
De afsluiting van water van huishoudens vanwege wanbetaling is vastgesteld in de Regeling afsluitbeleid voor kleinverbruikers van drinkwater (hierna: de regeling) en het convenant dat is afgesloten tussen drinkwaterbedrijven en de Vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren (NVVK). Uitgangspunt van deze afspraken is om het afsluiten van water zoveel als mogelijk te voorkomen. Zo schrijft de regeling voor dat het waterbedrijf eerst contact opneemt met de wanbetaler en hem stimuleert een regeling te treffen met een schuldhulpverleningsinstantie. Het convenant verbiedt daarop het waterbedrijf water af te sluiten als dat de wanbetaler een regeling treft met een schuldhulpverleningsinstantie.
Wanneer de desbetreffende persoon er niet uitkomt met de schuldhulpverleningsinstantie of er niet mee in gesprek wil gaan, dan mag het waterbedrijf tot afsluiting overgaan. Dit gebeurt ook wanneer kinderen deel uitmaken van het huishouden. Er is geen speciale regeling voor kinderen opgenomen in de afspraken tussen de waterbedrijven en het NVVK. Het is zeer de vraag of deze praktijk strookt met de rechten van het kind, zoals vastgesteld in het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties. Volgens dit verdrag dient de staat te allen tijde het belang van het kind voorop te stellen. Ook biedt het verdrag kinderen expliciet het recht op zuiver drinkwater om ziekte, ondervoeding of verkeerde voeding te bestrijden.
Het PILP onderzoekt in hoeverre het Nederlands beleid ten aanzien van waterafsluitingen bij gezinnen zich verhoudt tot de mensenrechten, in het bijzonder in het licht van het belang van het kind en het recht op drinkwater voor kinderen.
Op dit dossier werkt het PILP samen met deskundigen van de kinderrechtenorganisatie Defence for Children
Updates:
- Vanaf december 2014 doet een student van HBO-rechten in Leiden onderzoek naar de praktijk van waterafsluitingen in Nederland.
- Klik HIER voor onze oproep voor onderzoeksstudenten voor dit onderwerp.
- Op 4 juni 2015 heeft PILP-NJCM, samen met Defence for Children, de minister om informatie gevraagd over het recht op water voor kinderen (brief aan minister van I&M). We vragen de minister te reageren op de eerdere brief van de heer Van Goethem over het onderwerp (brief aan de minister van I&M).
- Op 22 juni 2015 heeft de directeur Water en Bodem namens de minister van Infrastructuur en Milieu in een brief aan het PILP gereageerd over de regeling betreffende het afsluitbeleid van drinkwater. In de brief wordt aangegeven dat binnen het ministerie van Infrastructuur en Milieu de juridische analyse rond deze kwestie bijna is afgerond. Op basis daarvan zal een standpunt worden bepaald over het al dan niet aanpassen van de regeling. Naar verwachting wordt het PILP medio de zomer over het standpunt bericht. Klik hier voor de brief.
