Analyse weigeren van passagiers door KLM vanwege president Trump’s inreisverbod

Het PILP heeft een voorlopige analyse gedaan naar het weigeren van passagiers door KLM vanwege het inreisverbod van de president van de Verenigde Staten. Dit inreisverbod ontzegt aan inwoners uit zeven islamitische landen de toegang tot de Verenigde Staten. Het PILP heeft onderzocht wat de rol en verantwoordelijkheid is van KLM bij het meewerken aan het inreisverbod.

Op 27 januari 2017 heeft president Trump een decreet uitgevaardigd waarin de toegang tot de Verenigde Staten aan inwoners uit zeven islamitische landen is ontzegd. In Nederland heeft luchtvaartmaatschappij KLM meegewerkt aan het inreisverbod door meerdere passagiers te weigeren die op het punt stonden om naar de VS te reizen. Wanneer passagiers geweigerd worden op grond van hun religie, afkomst en nationaliteit, is er sprake van discriminatie.

Uit de analyse van het PILP blijkt dat het inreisverbod geen redelijke grond was voor KLM om passagiers te weigeren, omdat het te betwisten viel of het inreisverbod stand zou houden, het onduidelijk was of de reeds uitgekeerde visa ongeldig verklaard moesten worden en de passagiers bij aankomst nog steeds kans maakten, na beoordeling door een immigratie-ambtenaar, de Verenigde Staten binnen te komen.
Noch Amerikaans noch Nederlands recht verbiedt luchtvaartmaatschappijen dan dergelijke passagiers te vervoeren. Internationaal recht verbiedt het wel om hen te weigeren. Een luchtvaartmaatschappij die desondanks passagiers weigert, is schuldig aan het maken van een verboden onderscheid, onder meer op basis van nationaliteit. In het geval van KLM en het inreisverbod zou er dan ook sprake kunnen zijn van het leveren van een bijdrage aan een mensenrechtenschending door het uitvoeren van het beleid van een andere partij (de Verenigde Staten).

Dit is zorgelijk. Het PILP vindt het belangrijk dat bedrijven, waaronder de KLM, hun verantwoordelijkheid nemen bij de uitvoering van regels en beleid waardoor mensenrechten in het geding komen.